- STRADIVARIUS - AMSTERDAM (voormalige Rijkspostspaarbank, nu Conservatorium aan de Van Baerlestraat)
Na een periode van analyses en verkenningen naar de mogelijkheden van hergebruik van het prachtige rijksmonument waar thans het Sweelinck Conservatorium (voormalig Rijkspostspaarbankgebouw) aan de Van Baerlestraat te Amsterdam gevestigd is, is er nu meer duidelijkheid omtrent de bestemming van het gebouw; een combinatie van leisure, wellness, hotelfaciliteiten, wonen en parkeren1. INLEIDING
In een eerste stadium waren door de initiatiefnemers de onderstaande items als uitgangspunt geformuleerd:
"Nieuwe binnenstedelijke centrumfuncties in het gebouw aan de Van Baerlestraat te Amsterdam Oud Zuid. Het Complex Stradivarius in Amsterdam Oud Zuid herontwikkelen tot een kwalitatief hoogwaardig multifunctioneel complex met binnenstedelijke centrumfuncties. De functies in het gebouw zullen moeten passen in het karakter van het Stadsdeel Amsterdam Oud Zuid waarbij wonen, werken en cultuur centraal staan". "Bij de herontwikkeling van het gebouw aan de Van Baerlestraat, is het uitgangspunt dat de oude en nieuwe architectuur elkaar zullen versterken. Als referentie wordt verwezen naar het project 'De Droogbak' bij het Centraal Station te Amsterdam. Het monumentale karakter van het gebouw dient behouden te blijven. Het pand zal zoveel mogelijk teruggebracht worden in de oorspronkelijke staat". "De geboden functies met een sterk eigen identiteit zullen moeten passen in het toekomstige karakter van het Stadsdeel Amsterdam Oud Zuid. Het nieuwe complex dient de representativiteit, de levendigheid en de openbaarheid van het gebied te versterken. Daarbij dient de propositie een toegevoegde waarde te bieden aan de culturele instellingen in de omgeving. De dienstverlening richt zich zowel op internationale zakelijke en toeristische bezoekers, het nationale en lokale bedrijfsleven, de bewoners van Amsterdam Zuid alsmede de vele cultuurminnende bezoekers van Amsterdam." (Citaten uit Stadsdeel rapport)
Door ons bureau is het onderzoek vanuit de bovengenoemde uitgangspunten opgepakt. In een aantal stappen zijn de potenties van het gebouw onderzocht, niet zozeer om tot een modelkeuze te komen maar om te analyseren wat het gunstigst zou zijn voor het gebouw en de stad, om duidelijkheid te geven in welke richting gezocht dient te worden en welke structuur daarbij altijd aan de orde zal zijn. Hierbij is rekening gehouden met de relatief lange tijd die rest tot het formeel vrijkomen van het gebouw en zijn de opties dus open gehouden Er kan heel veel, maar wel vanuit de randvoorwaarden van het gebouw; de functies moeten de vorm en de mogelijkheden van het gebouw volgen en haar beperkingen respecteren. Optimalisatie is altijd een vermenging van functies. Door die combinatie van functies op de goede plaats in het gebouw te vestigen, ontstaat er ook een economische meerwaarde die andere gebruiksfuncties met maatschappelijke meerwaarde mogelijk maken.
Bijzonder is dit geval de opdrachtgever die onze visie deelt en het lef heeft om vanuit het gebouw te denken en er zo waarde aan toe te voegen, en dus niet uitgaat van (1) mono gebruiksfunctie die (altijd) met het gebouw zou botsen.
Vanuit deze optiek is eind 2005 architectenbureau Meyer-van Schooten gevraagd voor een specifieke visie op de nieuwe invulling van het binnenhof. Voor ons bureau betekent deze nauwe samenwerking aan een zelfde project een nieuwe en spannende uitdaging:
2. HISTORIE
Samenvatting van de notitie Bureau Monumenten en Archeologie, auteur F. Schmitt september 2002:
" Stedenbouwkundige context. Het pand Van Baerlestraat 27 is gebouwd langs de oostzijde van deze straat en beslaat de gehele breedte van het bouwblok tussen de Paulus Potterstraat en de Jan Luijkenstraat. Als onderdeel van het gebied dat in grote lijnen volgens het stedenbouwkundig plan uit 1876 van J. Kalff, directeur van Publieke Werken werd uitgelegd.
Status Rijksmonument.
Uit de redengevende omschrijving: Rijkspostspaarbank, gebouwd 1899-1901 door rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel. Groots opgezet hoekpand met bel-etage en twee verdiepingen onder dwars geplaatste zadeldaken, voorzien van balustraden op consoles met obelisken en dakkapellen. Opgetrokken in baksteen, afgewisseld met enkele natuurstenen banden, op natuurstenen rustica sokkel, in een persoonlijk opgevatte mengvorm van historische bouwstijlen. Gevel aan de Jan Luykenstraat in zelfde vorm, later uitgebreid in dezelfde, ietwat versoberde trant onder schilddak met dakkapellen. Inwendig lambrisering van tegeltableaus met voorstellingen van gestileerde bloemen, bijen, spinnen met web en provinciewapens, in Art Nouveau-trant; kruisgewelven en monumentale trappenhuizen met natuurstenen zuilen.
Gebouwtype en bouwgeschiedenis in hoofdlijnen.
Het pand Van Baerlestraat 27 werd gebouwd in 1899-1901 als directiegebouw. Het pand werd uitgebreid in het decennium na de voltooiing van de Rijkspostspaarbank (1913-1914) waardoor de huidige U-vormige plattegrond ontstond. De paviljoenachtige opzet van het gebouw wordt weerspiegeld in de behandeling van het exterieur; de diverse bouwpartijen zijn verschillend gearticuleerd en gedetailleerd. Aanbouwen in de binnenhoven zijn van latere datum.
Cultuurhistorische context.
Het pand bezit een grote architectuurhistorische waarde als kenmerk voorbeeld van het stilistisch breed en zeer historisch georië®´eerde, maar overigens niet zo omvangrijke (uitgevoerde) oeuvre van rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel (1857-1926). Knuttel heeft een complex ontworpen dat een veelheid aan functies verenigt achter een samenhangende gevel. De voormalige Rijkspostspaarbank heeft grote architectuur- en bouwhistorische waarde vanwege de zeer vroege toepassing van vrij dragende gewapend betonvloeren en plafonds. Het gebouw werd zoveel mogelijk brandvrij geconstrueerd. Er bevond zich oorspronkelijk een lagedruk stoom- verwarming in het gebouw.
Architectonische verschijningsvorm
Exterieur
Het gebouw bestaat uit een souterrain, een bel-etage, twee verdiepingen en een zolderverdieping, onder dwars geplaatste, met leien bedekte zadeldaken, voorzien van balustrades op consoles, met obelisken en dakkapellen. Het middenrisaliet aan de Van Baerlestraat, alsmede de beide hoekpartijen hebben extra accenten in de vorm van topgevels en torentjes. De vleugels strekken zich in beide zijstraten uit. Daar zijn secundaire ingangen aanwezig, in de Paulus Potterstraat direct naast het kantoor van de onderdirecteur, in de Jan Luykenstraat in het uiteinde van de uitbreiding. De vleugel aan de Paulus Potterstraat eindigt in een lagere topgevel met obelisken onder een diep zadeldak. De uitbreiding van het gebouw uit 1913/1914 is te herkennen aan het licht inspringen van de gevel. De uitbreiding heeft een schilddak met dakkapellen, zonder balustrade, en is soberder uitgevoerd dan het 'oude' gebouw. Naast de topgevel aan de Paulus Potterstraat markeren hekpalen de doorgang aan naar de binnenplaats achter het gebouw. De halfrond uitgebouwde hoofdtrappenhuizen, zijn tot en met de bel-etage aan het zicht onttrokken door latere -in stijl en materiaal divergerende- aanbouwen (concertzalen) tegen de beide zijvleugels. De grote dakkapellen met ijzeren kozijnen, die de ruimten op de zolderverdieping (van het hoofdgebouw) van voldoende licht moeten voorzien, zijn later ontstaan.
Interieur
Via de ingangpartij in het midden van de lange gevel aan de Van Baerlestraat betreedt men een ruim portaal met houten cassetteplafond, dat evenals de vestibule en ingangen met Noors graniet is bekleed. Dit trapportaal staat door middels van een tochtportaal in verbinding met de grote centrale hal, die wordt overwelfd door gestuukte rondbogen op vierkante, van kapitelen voorziene pijlers. Momenteel zijn de bogen en kapitelen bijna geheel door verlaagde systeemplafonds en zwarte muurverf aan het zicht onttrokken. Aan weerzijden van deze hal strekt zich een corridor uit die toegang geeft tot de geluiddichte lesruimten (studios) aan weerzijden en uitkomt op de twee trappenhuizen die in de binnenhoeken van het hoofdgebouw met de vleugels zijn geplaatst. Beide trappenhuizen zijn gedecoreerd met zuilen met kapitelen. Vanaf het begin maakten twee liften, in de beide vleugels, deel uit van het gebouw. Intern kent het hoofdgebouw aan de Van Baerlestraat op alle niveaus een middengang met ruimten aan weerszijden en de twee andere vleugels telkens een zijgang met ruimten aan de straatzijde. De zolderverdieping heeft nergens gangen, maar is door middel van later aangebrachte scheidingswanden in grote (les) ruimten opgedeeld. In de constructie is gewerkt met vrij dragende gewapend betonvloeren en plafonds naar ontwerp van de met Knuttel bevriende L.A. Sanders. In het hoofdgebouw zijn vlakke vloerplaten toegepast, in een van beide zijvleugels balkenvloeren met moer- en kinderbalken, met een overspanning van 6 meter en een onderlinge afstand van 8,5 meter; tussen de kinderbalken 1,2 meter. Het eigenaardige aan de detaillering van deze balkenvloeren is dat deze aan de onderzijde, om architectonische redenen, als troggewelven zijn vormgegeven. Alleen in het souterrain is deze constructie nog te herkennen. De originele paneeldeuren zijn merendeels vervangen door dikke geluidswerende exemplaren. De articulatie en decoratie van de wanden, door middel van pilasters en tegellambriseringen, zijn grotendeels behouden. De tegellambriseringen neigen stilistisch naar Nieuwe Kunst, een Nederlandse variant van de internationale, laatnegentiende-eeuwse Art Nouveau. Het kostbare houtwerk van de lambriseringen, van deurkozijnen, plinten en trapleuningen is vrijwel in het gehele gebouw nog intact, evenals de op de bel-etage en eerste verdieping toegepaste tegellambriseringen. In de vestibule is Noors graniet gebruikt, terwijl op de bel-etage Noors marmer is toegepast. De trappenhuizen zijn grotendeels in Pilsener zandsteen vervaardigd, die echter door de ruim gehanteerde witkwast momenteel nauwelijks van de gepleisterde delen van het interieur zijn te onderscheiden."
DE 1ste STAP: ANALYSE V/H GEBOUW;
"Onderzoek vele varianten, maar altijd als basis"
De algemene doelstellingen waren hierbij:
1. De enorme potenties en kwaliteiten van het gebouw maximaal benutten en alle aantastingen beperken, de toevoegingen ondersteunend en ruimtelijk 'vanzelfsprekend' laten zijn.
2. Functionele inbreng van de omgeving gebruiken, zonder provocatie naar de stad.
3. Flexibel voor de toekomst, want in 6 jaar kan veel gebeuren, maar nooit discussie over de hoofduitgangspunten van het te herstellen casco en volumes onder de grond tot en met stoepniveau. Ook flexibel in de tijd anticiperen als versnelling gewenst is.
De uitgangspunten:
• Gebouw qua toegankelijkheid verbeteren ook in uitstraling met name op straatniveau: creë²¥n van een dubbelstraatniveau: straat en stoepniveau.
• Binnenhof heeft enorme meerwaarde, niet teveel in bouwen, vooral ondergronds, straat en entree niveau. Boven verdiepingen profiteren de binnenhofgevels van de open hof.
• Blijf 'open' gangen en trappen benutten en de enorme hoogten; de karakteristieken die je krijgt en geen geld kosten.
• Draagconstructie binnenhof zelfstandig en los houden, gevelatrium: rekening houden met brand en warmte; in combinatie met liften en trap/galerij structuur.
• Hoogte doorsnede in het pand, wat is meerwaarde hoogte ten opzichte van meer m2. Alleen voor woon/hotel/functie. Keuze hoe openbaar of publiek delen van het gebouw zijn.
• Dak binnenhof op strategisch niveau, de goot hoogte van de kappen, daarmee centraal ook en logische functionaliteitscheiding tussen hotel (onder) en wonen (boven) op niveau.
De conclusie uit de analyse van het gebouw:
• ongeschikt voor conservatorium
• ongeschikt voor kantoren
• ongeschikt voor 1 functie, altijd een mix van stedelijke functies
• wonen/hotel
• publieke functies: hotel-entree / leisure / wellness
• commercieel/winkels of galerie
• horeca/restaurant
• heel veel verborgen kwaliteit en bijzondere hoogte structuur, veel is nog 'beschermd'.
• binnen de varianten gaat het om grenzen die je nu nog niet moet (willen) vastleggen, meer wonen of meer hotel, groter of kleiner restaurant, meer museum + galerie of meer winkels en faciliteiten.
• herstel de poort functie van de binnenhof / Paulus Potterstraat
• gebouw kop versterken dmv eigen entree en vrijhouden
In totaal zijn 4 modellen als voorbeeld uitgewerkt.
Karakteristiek van alle modellen in functionele zin; toevoegen van ondergrondse ruimten en dubbel grondgebruik, 2 entreeniveaus, lagen boven straat en stoepniveau, diverse woonvormen (hotel en woningen).
4. DE 2de STAP STRADIVARIUS
Na de eerste ronde in 2003 is vanaf 2005 het plan verder ontwikkeld i.s.m. het architectenbureau Meyer-van Schooten. Naar aanleiding van de eerste planopzet en uitwerking van ideeë® is:
1. Er verder gezocht naar verfijning, maar ook verduidelijking van het onderscheid tussen de modellen. In alle gevallen betrof het 'gemengde' bestemmingen maar nu ligt het accent op de combinatie hotel/conferentieruimte en wonen/ateliers. Belangrijkste visiewijziging is het ontwikkelen van modellen waarbij het atrium als hart van het complex fungeert, de hoofdentree van het hotel direct vanaf straatniveau bereikbaar is en een onafhankelijke volume-indeling toepasbaar is. Het gebouw bepaalt de grens van het maximum.
2a. De logistiek van de functies nader uitgezocht met name t.a.v. hotelfuncties;
2b. 'Openbare'/entree gebieden + doorsneden visualiseren;
2c. Enkele inrichtingen van hotelkamers/woningen/entresol;
3a. Nader bouwkundig onderzoek met name naar de kappen, extra ramen en de bouwdieptes;
3b. Installatie- en constructieconcepten.
Het uitgangspunt blijft dat de varianten vingeroefeningen zijn om de grenzen van de mogelijkheden en de vaste harde kerngegevens vast te stellen. De 'bestemmingsplan' aanvraag moet al die mogelijkheden openhouden zodat door markt en politiek beleid bepaalde nuancering altijd mogelijk blijft, zonder nu een onduidelijk vaag plan en zeker niet een provocerend plan te realiseren. Essentie uitbreiding is: logisch, dienend, versterkend en niet massaal.
Het plan is in maart 2005 in V.O. stadium en wordt uitgewerkt t.b.v. de bestemmingsplanprocedure. Het accent is verschoven, naast leisure en wellness (3000 m2) naar hotelgelieerde functie (circa 9000 m2), wonen (2500 m2) en parkeervoorzieningen (85 plaatsen).














- Adres :Van Baerlestraat 27
- Bouwjaar :1899-1901
- Architect :rijksbouwmeester D.E.C. Knuttel
- Restauratie architect :Architectenbureau J. van Stigt en
- Opdrachtgever :Alrov groep
- Uitvoerend bouwbedrijf :Strukton BV, Utrecht
- Bouwsom :circa €23 miljoen excl. installaties en interieur
- Start bouw :medio 2008
- Jaar van oplevering :eind 2010
- Bijzonderheden :Herbestemming rijksmonument. Voormalige Rijkspostspaarbank, vm Conservatorium aan de Van Baerlestraat tot 5*-plus hotel. Ontwerp nieuwbouw: Architectenbureau Meyer-van Schooten
- doorsneden.pdf
